Terug
Overig

Tien hockeytips voor beginners die je vandaag al kunt gebruiken

Door Sven Hagedoorn6 december 20255 min lezen
Tien hockeytips voor beginners die je vandaag al kunt gebruiken

Houding, balcontrole en oogcontact. Tien kleine aanpassingen waarmee je morgen al beter speelt. Geschreven voor wie net begint of weer instapt.

Luister naar dit artikel
~3 min

Beginnen met hockey betekent in de eerste maanden vaak struikelen over je eigen stick. Dat is normaal. Niemand pakt deze sport in een paar weken op. Toch zijn er tien dingen die elke nieuwe speler binnen één training kan toepassen. Geen drills, geen oefenstof. Gewoon basisprincipes die je vanaf je volgende training meeneemt.

Houding en handen

Infographic
Jouw eerste vijf weken op het veld
  1. 1
    Greep
    Linkerhand bovenaan, V tussen duim en wijsvinger.
  2. 2
    Houding
    Knieën gebogen, schouders boven de bal.
  3. 3
    Indian dribbel
    Bal van forehand naar backhand, dicht bij de stick.
  4. 4
    Pushpass
    Duwen vanuit de heup, blad gesloten.
  5. 5
    1-tegen-1
    Lichaam tussen bal en tegenstander.

Eén: zak door je knieën. De grootste beginnersfout is rechtop blijven staan. Buig in heupen en knieën, hou je rug recht. Je stick komt zo vanzelf naar de grond. Je speelt minstens tien centimeter dichter bij de bal. Precies de marge die je nodig hebt om hem onder controle te krijgen.

Twee: linkerhand altijd boven. De rechterhand is een geleider, de linkerhand is de motor. Beginners knijpen vaak te hard met rechts, waardoor de stick wegdraait. Linkerhand stevig, rechterhand losjes.

Kijken en passen

Drie: kijk niet naar de bal. Klinkt vreemd, maar dit is misschien wel het belangrijkste. Als je naar de bal staart, weet de tegenstander wat je gaat doen. Train jezelf om de bal in je ooghoek te houden en met je hoofd op te kijken. Eerst bij stilstaande oefeningen, daarna in de wedstrijd.

Vier: pass altijd vooruit als het kan. Veel nieuwe spelers spelen automatisch terug, omdat dat veilig voelt. Eerlijk: het is meestal balverlies in vermomming. Zoek eerst een speler vóór je. Lukt dat niet, dan opzij. Pas als laatste terug.

Bal aannemen en communiceren

Vijf: stop de bal met de zijkant van je voet, niet met de punt. Beginners trappen tegen de bal met hun teen, waardoor hij wegspringt. Gebruik de binnenkant, zoals bij voetbal. De bal blijft liggen.

Zes: roep namen, geen klanken. "Hé!" en "Hier!" werken niet in een team van elf. Roep de naam van degene die de bal heeft als jij vrij staat: "Jasper, links!" Drie keer per wedstrijd je teamgenoten bij naam noemen en je merkt dat je opeens passes krijgt.

Spelinzicht en regels

Visueel
De juiste basishouding
Knieën
Diep door de knieën — stick raakt vanzelf de grond.
Rug
Recht, niet gebogen vanuit de schouders.
Handen
Linkerhand stevig boven, rechter losjes onder.
Blik
Hoofd omhoog, bal in je ooghoek.

Zeven: leer waar de cirkel ligt. Een doelpunt telt alleen als de bal vanuit de cirkel komt en door een aanvaller wordt geraakt. Schoten van buiten de cirkel zijn nooit goed. Loop een keer rustig je cirkel af zodat je weet waar de lijn loopt.

Acht: blijf bewegen na je pass. De pass geven is niet het einde, maar het begin van je volgende actie. Loop direct vooruit of opzij en bied je opnieuw aan.

Materiaal en feedback

Negen: trek je scheenbeschermers strak. Klein detail, groot effect. Losse beschermers geven blauwe plekken en aarzeling in duels. Twee elastieken extra om je kuit, sokken er strak overheen. Vol vertrouwen het duel in maakt je een betere speler dan welke techniek dan ook.

Tien: vraag na de wedstrijd om één tip. Niet "hoe deed ik het?" — dat krijgt vaak een beleefd antwoord. Vraag liever: "Wat zou ik volgende week één keer kunnen proberen?" Concrete vraag, concreet antwoord. Doe dat tien wedstrijden lang en je bent in januari een totaal andere speler dan in september. Veel succes!

Veelgestelde vragen

Nog vragen?

  • Zak door je knieën. Door diep te buigen kom je dichter bij de bal en krijg je hem veel makkelijker onder controle.
  • Je linkerhand hoort altijd bovenaan, stevig vast. De rechterhand zit losser en lager als geleider.
  • Stop de bal met de zijkant van je voet of met je stick plat op de grond, niet met de punt van je schoen. Zo blijft de bal liggen.
  • Vraag na elke wedstrijd om één concrete tip voor de volgende keer. Tien wedstrijden lang bewust werken aan kleine punten levert duidelijke vooruitgang op.
— tot het volgende verhaal